× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1046  Guido van Pomposa

Guido (ook Gui, Guy of Witen) van Pomposa (ook van Ferrara of van Ravenna) osb, ItaliŽ; abt; Ü 1046.

Feest 31 maart & 4 mei (Spiers: overbrenging relieken)

Hij was afkomstig uit Casamar, een gehucht bij de Noord-Italiaanse stad Ravenna. Zijn vader heette Albert, zijn moeder Maria. Hij had nog minstens ťťn broer: Gerardus. Zij waren mensen van aanzien. Aanvankelijk wees alles erop dat hij een man van de wereld zou worden. Hij hield ervan in opzichtig rijke kleren rond te lopen, en zijn ouders zochten voor hem een passende bruid. Maar van de ene op de andere dag sloeg dat om. Het was op de feestdag van Sint Apollinaris (Ü ca 200; destijds viel zijn feestdag op 23 juli; thans op 20 juli), patroon van de stad Ravenna, dat hij zijn fraaie kleren zomaar weggaf aan een bedelaar en in een armelijke plunje naar Rome reisde om daar de apostelgraven te bezoeken. Zijn ouders wisten er niets van. In Rome ontving hij enkele kerkelijke wijdingen. Nu kwam de gedachte in hem op om als pelgrim door te reizen naar Jeruzalem.

Uiteindelijk zag hij daarvan af. Hij keerde terug naar zijn geboortegrond en sloot zich aan bij een kluizenaar, Martinus geheten, die op een eilandje in de rivier de Po woonde. Daar zou hij drie jaar blijven en kreeg er de smaak van het religieuze leven te pakken. Na die tijd adviseerde Martinus hem in te treden bij de benedictijnen van de San Severoabdij te Pomposa bij Ferrara. De paus had Martinus aan het hoofd van die abdij geplaatst. Deze had op zijn beurt die functie gedelegeerd aan een zekere Wilhelmus. Na verloop van tijd trad abt Wilhelmus terug. Guido werd benoemd tot zijn opvolger.

Hij stond al gauw tot in de wijde omgeving bekend als een heilig man. Dat leidde er zelfs toe dat zijn vader Albert en zijn broer Gerardus bij hem aanklopten om te mogen intreden met de bedoeling de rest van hun leven aan God te wijden. Met Guido keerden de tijden van het evangelie terug. Dat mogen we opmaken uit de talrijke wonderen die over hem de ronde doen. Hij zou arbeiders die onder een ingestorte steiger terecht waren gekomen, weer tot leven hebben gewekt. Hij zou op wonderbare wijze voor brood hebben gezorgd toen er te weinig was. Hij zou water in wijn hebben veranderd. Het water waar hij zijn handen mee waste, bracht genezing aan zieken. Hij had bijzondere zorg voor het geestelijk welzijn van zijn communiteit. Zo nodigde hij Petrus Damiani (Ü 1072; feest 21 februari) uit om instructies te komen geven over de Heilige Schrift; dat zou deze twee jaar blijven doen. Toot zijn monnikenbehoorde ook Guido van Arezzo (Ü ca 1050; gedenkdag 7 september), de uitvinder van het notenschrift en de notenbalk. Maar toen deze zijn vernieuwingen wilde doorvoeren, stuitte hij op zoveel weerstand dat hij het klooster verliet en naar Arezzo verhuisde; dat moet rond 1025 geweest zijn.

Bijzonder spectaculair is het verhaal van een van zijn medebroeders, Martinus. We moeten hem niet verwarren met zijn leermeester van enkele jaren geleden. Deze Martinus was op drie of vier mijlen van het klooster vandaan plotseling dood gebleven. De uitvaartdienst in de kerk was al beŽindigd en men was met de overledene op weg naar het kerkhof, toen hij tekenen van leven begon te geven en hard begon te roepen om vader-abt. Deze snelde naar hem toe en vroeg hem wat hem overkomen was. Hij antwoordde dat hij op een plek geweest was van afschuwelijke martelingen. Hij had er een aantal familieleden en kennissen tussen gezien. Toen hij verlamd van schrik dat stond aan te zien, was de aartsengel MichaŽl hem verschenen. Deze had hem een verrukkelijke honing toegediend en hem gezegd dat hij voor drie dagen in zijn lichaam moest terugkeren. Met de nasmaak van de honing in zijn mond had de broeder inderdaad nog drie dagen geleefd. Toen was hij alsnog gestorven.

Hoe heilig Guido ook was, dat nam niet weg dat de bisschop van Ravenna, Heribertus, een grondige hekel aan hem had. Het is niet duidelijk of daar een concrete aanleiding voor was. Hoe dan ook, deze prelaat huurde zelfs soldaten in om het klooster te vernietigen en met de grond gelijk te maken. Guido smeekte zijn monniken te vasten en extra tijd te besteden aan boete en gebed, in de hoop dat God het hart van Heribertus wist te raken. Toen hem het bericht bereikte dat de bisschop in aantocht was, ging hij hem met de hele communiteit tegemoet, ontving hem met alle eerbied en respect die bij een bisschop passen, en begeleidde hem naar de abdijkerk, zoals hij altijd met hooggeplaatste gasten deed. Daar brak het verzet van de bisschop. Hij zonk op zijn knieŽn en onder tranen vroeg hij de heilige abt om vergiffenis. Sindsdien, aldus de oude kronieken, waren de twee vrienden voor het leven.

Guido stierf† in San Donnino bij Parma. Daar had keizer Hendrik III (Ü1056) hem ontboden omdat hij zijn advies wilde over belangrijke kwesties. De keizer liet zijn stoffelijk overschot overbrengen naar de San-Zenokerk in Verona. Het jaar daarop bracht hij het over naar de kerk van St-Jan de Evangelist in de Duitse stad Spiers. Sindsdien heet die kerk Sankt-Guido of Sankt-Witen.

Patronaten
Hij is patroonheilige van Spiers.


Bronnen
[Guť.1880/4p:76; HiH.1987p:84; Lin.1999; Rgf.1991; RR1.1640; S& S.1989; Dries van den Akker s.j./2010.03.28]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen