× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 6e eeuw vůůr Christus  Daniel Profeet

Info afb.

Daniel Profeet (ook van Babylon of de Belijder), Babel, BabyloniŽ; profeet; Ü 6e eeuw vůůr Chr.

Feest 19 maart (ethiopische kerk) & 21 juli & 17 december (byzantijnse kerk).

De profeet DaniŽl leefde in de 6e ŗ 5e eeuw vůůr Christus. Het Noordrijk van het land IsraŽl was al in het jaar 721 vůůr Chr. door de AssyriŽrs veroverd. In 587 was het Zuidrijk aan de beurt: het werd door de BabyloniŽrs onder de voet gelopen. Alle mannen en vrouwen, jongens en meisjes die in het verre Babylon als goedkope slaaf konden dienen, werden op sleeptouw genomen, achter kamelen, aan de woestijn door: duizenden kilometers aan een stuk. Onder hen bevond zich DaniŽl.

Maar koning Nebukadnessar van Babylon wilde uit alle volken en rassen die hij veroverd had, personeel hebben om hem in zijn paleis van dienst te zijn. Er werden drie Joodse jongens uitgekozen; ťťn ervan was DaniŽl. Hij stak in wijsheid en inzicht niet alleen boven zijn landgenoten uit, maar boven alle anderen die Nebukadnessar om zich heen had verzameld. Dat kwam natuurlijk, omdat hij ondanks alles toch vasthield aan de Wet van zijn God, JHWH. Zo was hij de enige die een indrukwekkende droom van de koning kon weergeven en uitleggen. Als beloning kreeg hij een heel hoge functie aan het hof. Maar altijd bleef hij zijn eigen God trouw, en overtrad niet ťťn van de geboden. De anderen aan het hof werden steeds jaloerser op hem. Ze verzonnen een list om DaniŽl ten val te brengen. Zij vaardigden met instemming van de koning een wet uit dat alle bewoners van het Babylonische Rijk gedurende dertig dagen alleen maar aan de goden van Babylon mochten offeren. DaniŽl verborg zich in zijn huis om ongezien toch eer te kunnen brengen aan zijn eigen God. De overheidsdienaars deden een inval bij hem thuis en betrapten hem op heterdaad. Hij was de dood schuldig.

De koning probeerde nog aan vriendjespolitiek te doen en zijn geliefde DaniŽl eronderuit te krijgen. Maar zijn adviseurs beloofden hem dat er dan chaos in het land zou uitbreken. Dus ging hij overstag en liet DaniŽl in de leeuwenkuil werpen. De dieren waren voor die gelegenheid juist een paar dagen al niet meer gevoederd. Toen de koning 's avonds kwam kijken om te treuren over DaniŽl, bemerkte hij dat de leeuwen zich als makke lammetjes aan zijn voeten hadden neergevlijd. Hij riep uit: "Nu zie ik dat er geen andere god is dan de God van DaniŽl!"

[DaniŽl 1-6]

Bij een andere gelegenheid redde hij de rechtschapen Susanna van een onterechte doodstraf.

Twee ouderlingen lieten zich ongemerkt insluiten in Susanna's hof om haar te verleiden. Op het moment dat zij een bad nam, kwamen ze tevoorschijn. Zij wilde echter niet op hun toenaderingspogingen ingaan. Ze zette het op een gillen, waarop de twee mannen nog harder begonnen te brullen. Eťn van hen maakte intussen vliegensvlug de poort open.

Alle burgers van de Joodse wijk in Babylon snelden verschrikt toe. De twee ouderlingen beweerden dat zij Susanna op heterdaad hadden betrapt op overspel met een jongeman; die hadden ze niet kunnen grijpen. Maar de openstaande poort getuigde van zijn vlucht.

Susanna beweerde bij hoog en bij laag dat het die twee kerels zelf waren die haar belaagden. Niemand geloofde haar. De twee heren bekleedden immers verantwoordelijke posities in hun gemeenschap. Zoiets hadden ze nooit verwacht van Susanna. Altijd gedacht dat het een fatsoenlijke vrouw was. Zo zag je maar weer. In haar uitzichtloze positie stelde zij haar laatste vertrouwen op God. Voor het gerecht bleven de twee mannen bij hun bewering. Dat was genoeg om Susanna ter dood te veroordelen. Maar op weg naar de plek van de terechtstelling riep een jongeman uit het publiek - dat was DaniŽl - dat hij zeker niet mee zou doen aan haar steniging, "want ze is onschuldig, en dat kan ik bewijzen."

Daarop maakte de menigte rechtsomkeert, terug naar de plek van de rechtspraak, waarschijnlijk de stadspoort. Nu vroeg DaniŽl toestemming de beide heren gescheiden van elkaar te mogen verhoren. Hij liet de eerste vůůrkomen en vroeg:
"Onder wat voor boom heb je Susanna met die jongen samen gezien?"
De ouderling antwoordde:
"Onder een sycomore."
Vervolgens werd de ander voorgeleid en hem werd dezelfde vraag voorgelegd. HŪj antwoordde: "Onder een terebint."
Daarmee was Susanna's onschuld afdoende bewezen. Haar godsvertrouwen was niet beschaamd.
Nu werden de twee onverlaten veroordeeld tot de straf die ze Susanna aan hadden willen doen: dood de steniging.
[DaniŽl 13]

Verering & Cultuur

Volgens de overlevering kwamen zijn relieken enige eeuwen na zijn dood in de Egyptische stad AlexandriŽ terecht. Van daaruit werden ze overgebracht naar VenetiŽ.

In de catacomben, de begraafplaatsen van de christenen uit de eerste eeuwen, treffen we herhaaldelijk de afbeelding aan van DaniŽl temidden van de leeuwen. De eerste christenen zagen in hem een voorafbeelding van Christus. Zoals DaniŽl aan de ondergang was ontsnapt en heelhuids uit de krochten van de onderwereld tevoorschijn was gekomen, zo was Jezus aan de macht van de duivel, het kwaad, ontkomen en uit de onderwereld, de plaats van de dood, tevoorschijn getreden.

In de middeleeuwen had hij een eigen misformulier. Maar dat werd door het Concilie van Trente (1570) tezamen met een hele serie heiligen uit het Oude en Nieuwe Testament geschrapt.

Verder wordt DaniŽl afgebeeld als jongeman met frygische muts (= puntmuts, waarvan de rond put lichtelijk voorover valt).

Hij is patroon van bergbeklimmers en mijnwerkers (riskante beroepen, waar de de dood altijd op de loer ligt, zoals bij DaniŽl bv. met de leeuwen).

Hij wordt afgebeeld in de leeuwenkuil: staande tussen (twee) leeuwen aan zijn voeten.


Bronnen
[000Ľ 000Ľ 000Ľ OT; 014; 101; 101a; 102; 103; 105; 107; 108; 122Ľ D.-Babylon; 132/2p:96; 140Ľ D.-Belijder; 300p:210; bijbelboek-DaniŽ l; 500; Dries van den Akker s.j./2000.11.18]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen