.jpg)
Laurentius van Rome, Italië; diaken & martelaar; † 258.
Feest (20 april: vereniging van Stefanus en Laurentius te Rome: 425) & 10 augustus.
Geschiedenis
Volgens zeggen moet hij rond het jaar 230 ergens in Spanje geboren zijn. Historisch gesproken is het zeker dat Laurentius een van de zeven diakens was van de stad Rome ten tijde van paus Sixtus II († 258; feest 6 augustus). Ingevolge een decreet van keizer Valerianus (253-260) werd hij - evenals vele andere kerkelijke ambtsdragers (bisschoppen, priesters, diakens, voorlezers enz.) - zonder enige vorm van proces onthoofd. Door de indrukwekkende wijze, waarop hij zijn marteldood onderging, bracht hij zijn gevangenbewaarder Hippolytus († 258; feest 13 augustus), Romanus Ostiarius en achttien andere soldaten en bewakers tot geloof in Christus.
Volgens de legende verkeerde de Romeinse keizer in de veronderstelling dat de Kerk vele schatten moest bezitten, gezien het feit dat diakens dagelijks zoveel voedsel en andere hulpgoederen in de achterbuurten van Rome naar de armen konden brengen. En hadden zijn agenten de bisschop van Rome, Sixtus, bij diens arrestatie niet tegen Laurentius horen zeggen: 'Let goed op de schatten van de kerk?' De keizer had dus persoonlijk opdracht gegeven de diakens bijzonder scherp in de gaten te houden. Uiteindelijk liet hij Laurentius arresteren en aan zich voorgeleiden met de vraag waar zich al die schatten van de kerk nu precies bevonden. Laurentius probeerde hem duidelijk te maken dat er geen sprake was van schatten, maar de keizer hield vol en gebood hem over een paar dagen alle schatten waarover zij beschikten op het Forum bijeen te brengen.
Op de afgesproken dag stonden op het Forum alle armen die Laurentius had weten te verzamelen en met een brede armzwaai zei hij tegen de kerk: 'Daar hebt u dus de schatten de van de kerk!' De keizer was zo gebelgd dat hij Laurentius tot de marteldood veroordeelde. De heilige diaken zou op een ijzeren rooster zijn vastgebonden, waaronder een vuur werd aangestoken, zodat hij langzaam werd gebraden. Naar verluidt schijnt Laurentius zich op een goed moment tot zijn beulen te hebben gericht met de woorden: 'Keert u me maar om, want deze kant is gaar.'
Uit historisch onderzoek blijkt echter dat Laurentius de doodstraf heeft ondergaan, die in zulke omstandigheden het meest werd toegepast: onthoofding door het zwaard. Het was zijn collega-diaken Vincentius van Zaragoza die eerst geroosterd werd.
Legende: hoe Sint Stefanus naast Sint Laurentius in Rome terecht kwam
Over Stefanus' translatie (= overbrenging relieken) van Constantinopel naar Rome schrijft Jacobus de Voragine n.a.v. de terugvinding van Stefanus relieken op 3 augustus:
"Hoor nu nog, hoe Sint Stefanus' lichaam bij dat van Sint Laurentius terecht is gekomen. Eens werd Eudoxia, de dochter van Keizer Theodosius, behoorlijk gepijnigd door een boze geest. Dat kwam men aan haar vader zeggen juist op het moment dat hij in Constantinopel verbleef. Hij beval dat men zijn dochter naar hem toe moest laten komen in Constantinopel. Dan zou zij door de relieken van Sint Stefanus aan te raken weer gezond gemaakt worden. Maar de boze geest in haar krijste: 'Ik ga hier niet weg. Laat die Stefanus maar naar Rome toe komen; dat wil de apostel trouwens zelf ook!'
Toen de keizer dat hoorde, ging hij aan de priesters en de bevolking van Constantinopel vragen of zij genegen waren Sint Stefanus' lichaam aan de Romeinen te schenken en daarvoor in de plaats dat van Laurentius te krijgen. Ook schreef hij daarover een brief aan Paus Pelagius. Die vond het goed nadat hij zijn kardinalen had geraadpleegd. En zo voeren een aantal kardinalen naar Constantinopel om Stefanus' lichaam in ontvangst te nemen. In hun gezelschap voeren op de terugweg een aantal Grieken mee die het lichaam van Sint Laurentius in ruil zouden geven. De tocht ging over Capua. Daar vroegen de inwoners met grote devotie of zij de rechter arm van de heiligen mochten hebben. Die kregen zij inderdaad; ze bouwden er de bisschoppelijke hoofdkerk voor. Toen zij in Rome aankwamen en hem in de kerk van Sint Petrus' Banden wilden bijzetten, bleven de dragers staan en konden opeens geen stap meer verzetten. Daarop krijste de duivel uit de mond van het meisje: 'Jullie moeite is allemaal voor niks, want de heilige wil niet hier naartoe; hij heeft zichzelf een plaatsje uitgekozen aan de zijde van broeder Laurentius. Dus brachten ze het lichaam naar Sint Laurentius; door het aan te raken was het meisje onmiddellijk genezen. Ook Laurentius wilde laten zien hoe blij hij was met de komst van zijn broeder en schoof een beetje opzij in zijn graf, zodat Stefanus in het midden kon liggen. Maar op het moment dat de Grieken hun handen naar hem uitstrekten om Laurentius op te tillen, stortten zij voor dood ter aarde. Maar omdat de paus, de priesters en de hele aanwezige bevolking voor hen begonnen te bidden, kwamen ze 's avonds weer tot leven. Dat neemt niet weg dat ze desondanks allemaal binnen tien dagen stierven. Trouwens, ook alle Romeinen die zich ervoor uitgesproken hadden dat Sint Laurentius aan de Grieken gegeven moest worden, verloren hun verstand. En ze werden niet eerder gezond voordat de lichamen van de beide heiligen broederlijk naast elkaar begraven waren. Ook werd er een stem aan de hemel gehoord; die zei: 'Gij Rome, gij zijt de eeuwige stad; gij bewaart bij wijze van onderpand in één en hetzelfde graf Sint Laurentius uit Spanje en Sint Stefanus uit Jeruzalem.'
De vereniging van beide heiligen vond plaats rond het jaar 425, op de 20e april."
Verering & Cultuur
Ook zijn ouders, Orentius van Huesca en Patientia, worden als heiligen vereerd.
Naast Petrus en Paulus was hij de populairste heilige van Rome. De basiliek San Lorenzo fuori le Mura boven zijn graf aan de Via Tiburtina, gebouwd door Constantijn de Grote, behoort tot de zeven hoofdkerken van Rome. Zijn naam werd genoemd in de Romeinse liturgische canon, het eucharistisch gebed.
Hij is beschermheilige van Duitsland en Spanje.
In Nederland is hij patroon van Alkmaar, Barsingerhorn, Dongen, Ginneken, Heemskerk, Hoogkarspel, Kekerdom, Maasniel, Nieuw-Ginniken, Oud- en Nieuw-Gastel, Oudorp, Rotterdam (bisdom en stad), Spaubeek, St-Laurens (vuur in gemeentewapen), Stompwijk, Ulvenhout, Voerendaal, Voorschoten, Weesp; hij - of alleen zijn rooster - komt ook voor in het gemeentewapen van Beerta, De Bilt, Eenrum, Uden en Vierlingsbeek.
In België is hij o.m. patroon van de naar hem genoemde plaatsen Sint-Laureins en Sint-Laureins-Berchem (gem. Sint-Pieters-Leeuw). In Brussel heeft de Koninklijke Vereniging der St-Laurentiusgezellen sinds 1213 het voorrecht tot een meiboomplanting op 9 augustus. Deze gezellen kwamen feestvierders in Brussel te hulp toen ze door Leuvenaren overvallen werden. In Klerken, Vlaanderen, wordt op de zondag na 10 augustus een Laurentiusbedevaart gehouden. Omdat de legende wil dat vanaf het begin tijdens de bedevaart peren werden verkocht, heet de bedevaart nu de Perelaarstoet.
In Duitsland is hij patroon van Merseburg, Neurenberg,
In Italië is hij patroon van de steden Florence, Lucina, Rome, Sint Laurens (Zeeland), Wuppertal
In Spanje onder meer van de naar hem genoemde plaats San Lorenzo,
Hij is patroon van de armen; van diakens en bedienend personeel (een diaken was immers een kerkelijke bediende van de bisschop!), dus ook van wasvrouwen, strijksters en daardoor ook weer van textielarbeiders, alsmede van traiteurs, herbergiers en hotelhouders; van bibliothecarissen en archivarissen (omdat hij als diaken de de heilige boeken in bewaring diende te houden); van andere beroepen die met boeken te maken hebben, zoals scholieren, studenten en informatici (ook vanwege zijn rooster?), advocaten, rechtsgeleerden, schrijvers, klerken (Latijn: clericus), administrateurs en boekhouders; van bierbrouwers en kroegbazen (vanwege zijn jolige humor?); van beroiepen waar vuur een rol bij speelt, zoals brandweerlieden, glazeniers en glasblazers, kolenbranders, koks en koekenbakkkers.
Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen brandwonden (hierbij bad men het schietgebedje:
"Heilige Laurentius wil ons geloven
dat gij alle pijn kunt doven
laat u bidden deze wens door ons Heer te helpen
de pijn door brand te stelpen."
of ook:
"Sint Laurentius van het Marialand
is gekomen in ons Nederland
gans gebledderd en gebrand
wil dit aftekenen met uw gebenedijde hand
dat het niet verder in en brandt."
Daarnaast tegen, huiduitslag, huidziekten, ischias, jeuk, kiespijn, koorts, pest, puisten, rugpijn, spit. ijn voorspraak wordt gevraagd voor de zielen in het vagevuur (omdat hij weet wat branden is!); tegen aardappelziekten, en voor een goede groei van de wijnoogst.
Hij wordt afgebeeld als diaken (met dalmatiek) en met een rooster; met kruis en heilig(e) boek(en), met martelaarspalm, of aalmoezen uitdelend.
De vele vallende sterren in de tijd rondom zijn feestdag worden Laurentiustranen genoemd. Het schijnt ook de geschikte periode te zijn om laurenskop (zeehaan) te vangen. Vanwege die tranen wordt hij tot de heiligen gerekend op wier voorspraak de gelovige bij voorkeur om regen bidden.
Weerspreuk(en)
'A la Saint-Laurent,
la pluie bien à temps.'
[Met Laurens nattigheid:
komt precies op tijd].
'Die op tijd rapen wil eten,
mag Sint-Laurentius niet vergeten.'
'Is 't op Sint-Laurentius klaar,
er zal veel fruit zijn in 't jaar.'
'Ist's zu Laurenzi und Bartlmä schian und heiter,
geaht's inm Herbst a so weiter.'
[Is Laurens en Bartel schoon en mooi,
de herfst draagt dan dezelfde tooi]
'Laurentius zonneschijn,
beduidt een jaar vol wijn.'
'Le temps qu'il fait à la Saint-Laurent,
dure longtemps.'
[Het weer van Sint Laurentius
dat blijft nog weken dus].
'Met Sint-Laurentius van het klooster
ligt de wereld op een rooster.'
'Op Sint-Laurentius een regenvlaag
zes weken duurt de regenplaag.'
'Saint-Antoine grande froidure,
Saint-Laurent grand chaud,
l'un et l'autre ne durent.'
['Met Sint-Antoon heet (17 januari)
met Sint-Laurens guur:
allebei van korte duur']
'Sint Laurens en Sint Bartel (= 24 aug.) schoon,
dan draagt de herfst een gouden kroon.'
'Sint-Laureyns dage,
brengt regen op de hage'.
'Sint-Laurens wind,
maakt de boekweit blind.'
'Wanneer Sint-Laurens' hoofd goed staat
zullen we mooi weer behouden.'
[Dries van den Akker s.j./2007.07.09]
6e eeuw. Mozaïek
Als we de verhalen rond de Spanjaard Laurentius mogen geloven moet hij een geestig man geweest zijn. Hij was een van de zeven diakens van de stad Rome ten tijde van paus Sixtus II. Krachtens een decreet van Keizer Valerianus werd hij - evenals vele andere kerkelijke ambtsdragers (bisschoppen, priesters, diakens, voorlezers enz.) - zonder enige vorm van proces onthoofd. Door de indrukwekkende wijze, waarop hij zijn marteldood onderging, bracht hij anderen tot het geloof in Christus.
Eigenlijk is dat alles wat we met zekerheid weten. Maar al spoedig weefden zich kleurrijke legenden rond zijn persoon.
De Romeinse keizer leeft in de veronderstelling dat de christenen vele schatten moeten bezitten. Elke dag immers brengen diakens enorme hoeveelheden voedsel en andere hulpgoederen naar de armen in de achterbuurten van Rome. Bij de arrestatie van de bisschop van Rome, Sixtus, hadden geheim-agenten de prelaat tegen Laurentius horen zeggen: "Let goed op de schatten van de kerk!" Moest daar geen belasting over betaald worden? De keizer had dus persoonlijk opdracht gegeven de diakens bijzonder scherp in de gaten te houden. Uiteindelijk liet hij Laurentius arresteren en aan zich voorgeleiden met de vraag waar zich al die schatten van de kerk nu precies bevonden. Laurentius probeerde hem duidelijk te maken dat er geen sprake was van schatten, maar de keizer hield vol en gebood hem over een paar dagen alle schatten waarover zij beschikten op het centrale Forum bijeen te brengen.
Op de afgesproken dag stonden op het Forum alle armen die Laurentius had weten te verzamelen. Met een brede armzwaai zei hij tegen de keizer: 'Daar hebt u dus de schatten van de kerk!' De keizer was zo beledigd dat hij Laurentius tot de marteldood veroordeelde. De heilige diaken zou op een ijzeren rooster zijn vastgebonden, waaronder een vuur werd aangestoken, zodat hij langzaam werd gebraden. Naar verluidt schijnt de martelaar zich op een goed moment tot zijn beulen te hebben gewend met de woorden: 'Keert u me maar om, want deze kant is gaar.'
Laurentius is de patroon van Rotterdam en daarmee ook van ons bisdom. Op afbeeldingen kan men Laurentius altijd herkennen, omdat hij zijn martelwerktuig, het rooster, bij zich heeft.
Historisch onderzoek heeft intussen uitgewezen dat het niet Laurentius was die op een rooster werd gebraden, maar een andere Spaanse diaken: Vincentius van Zaragoza.
Feiten
Sint Laurentius stierf op 10 augustus 258 de marteldood in Rome. Hij werd aan de Via Tibutina in de daar uitgegraven catacomben bijgezet door de rijke eigenares van het grondgebied Cyriaca. Op zijn graf liet keizer Constantijn in 330 een kerk bouwen; die kennen wij nu als de ‘San Lorenzo buiten de muren’. Een van de zeven hoofd- of pelgrimskerken. Vanaf de 4e of 5e eeuw hield de paus er statie op woensdag in de Goede Week. Dat wil zeggen dat de paus die kerk uitkoos om er voor te gaan in de liturgie, vergezeld van de gehele Romeinse clerus en een grote toeloop van gelovigen.
De verering van Laurentius is heel oud. Grote kerkvaders als Ambrosius († 397), Prudentius († na 405), Augustinus († 430) en Leo de Grote († 461) wijden preken, hymnen en overwegingen aan zijn nagedachtenis. De oudste ons bekende afbeelding stamt uit de eerste helft van de 5e eeuw: een mozaïek in het Mausoleum van Galla Placida in de toenmalige keizerstad Ravenna. We zien Laurentius, gekleed in de dalmatiek van de diaken; in de rechterhand een kruis dat op zijn schouder rust, in de linker een opengeslagen boek; aan zijn voeten een rooster waaronder een vuur brandt; daarnaast een kast waarvan de geopende deurtjes ons een blik gunnen op de heilige boekrollen. De zorg voor de liturgische boeken berustte immers bij de diaken. Die afbeelding vertelt in wezen zijn hele verhaal. Zijn verhaal is van later datum. De vertellers van toen waren niet zozeer geïnteresseerd in een objectieve weergave van de feiten. We mogen aannemen dat hun verhaal vaak een afspiegeling is van hun geloofsovertuiging: Laurentius lijkt op Christus. Zo moet zijn verhaal dan ook worden verstaan.
Aartsdiaken
Hoewel de geleerden het er niet over eens zijn, gaat men er meestal van uit dat Laurentius afkomstig was uit de Spaanse landstreek Aragon. Volgens de traditie was hij een zoon van de heilige martelaren Orientus van Huesca en Patientia. Door zijn opgewekt en levendig karakter zou hij de aandacht hebben getrokken van de latere paus Sixtus ii, toen deze onderweg was naar een bisschoppenconferentie in de Spaanse stad Toledo. Op dat moment was Sixtus nog aartsdiaken te Rome. In 257 werd Sixtus tot bisschop van Rome gekozen. Onmiddellijk wijdde hij Laurentius tot zijn opvolger als aartsdiaken: eerste van de zeven stadsdiakens.
Intussen heeft keizer Valerianus de maatregelen tegen de christenen verscherpt. Op 6 augustus 258 wordt Sixtus gearresteerd, tezamen met vier diakens. Daar behoort Laurentius niet bij. Volgens de overlevering was Laurentius in tranen. Hij riep: "Vader, u gaat toch niet weg, terwijl u mij, uw zoon, achterlaat? Als bisschop was u toch nog nooit zonder uw diaken? Nog nooit hebt u het heilig offer opgedragen zonder dat ik u diende aan het altaar. Waarom nu dan wel? Heb ik iets verkeerd gedaan? Toets mij dan nog eens, en kijk of ik inderdaad als dienaar te onwaardig ben om het Heilige Bloed van de Heer rond te delen." Maar Sixtus riep terug: "Ik verlaat je niet, mijn zoon. Maar er zal van jou een grotere beproeving worden gevraagd. Je zult ook een grotere overwinning behalen. Ik ben al oud, en jij bent nog in de kracht van je jaren. Over drie dagen zul je mij volgen. Zorg intussen dat de schatten van de kerk bij de armen terecht komen."
Onmiddellijk ging er een bericht naar de keizer dat de christenen blijkbaar over grote schatten beschikten. Laurentius werd bij de keizer ontboden. Deze zou hem volgens Prudentius als volgt hebben toegesproken: "Jullie, christenen, klagen er vaak over dat jullie zo hardvochtig behandeld worden. Maar wees gerust, we hebben het vandaag niet over martelingen. Ik vraag u in alle vriendelijkheid mij te geven wat u in bezit hebt. Ik weet dat jullie priesters drinken uit gouden kelken; dat ze het Heilig Bloed schenken in zilveren bekers; en dat jullie in je nachtelijke bijeenkomsten echte waskaarsen branden die op gouden kandelaars staan. Geef mij die schatten. Uw vorst heeft ze nodig om weer een beetje op krachten te komen. Naar ik heb gehoord wordt aan jullie geleerd dat je aan de keizer moet geven wat aan de keizer toebehoort. Ik denk wel niet dat jullie God munten laat slaan met zijn beeltenis erop. Toen Hij in de wereld kwam, is Hij ook vast geen geld komen brengen. Geef mij dus jullie materiële rijkdommen en stellen jullie je tevreden met de rijkdom van het woord." Daarop zou Laurentius geantwoord hebben: "Uwe majesteit heeft gelijk. De Kerk is onnoemelijk rijk. Uw schatten hálen het gewoonweg niet bij die van ons. Ik zal ze u laten zien. Gun me alleen een paar dagen de tijd om ze bij elkaar te halen."
Marteldood
Er zijn historici die menen dat Laurentius die tijd gebruikte om de heilige vaten van de kerk te verkopen en ze om te zetten in zilver en goud. Dat gebruikte hij om voedsel, geneesmiddelen , dekens en andere noodzakelijke dingen te kopen voor het levensonderhoud van zijn mensen. Tegelijk nodigde hij ze uit om overmorgen naar de plaats van samenkomst te komen. Op de afgesproken dag waren ze er allemaal: weduwen en wezen, armen en zieken, lammen en blinden, kreupelen en stumpers, sommigen afschuwelijk om aan te zien. Met een brede armzwaai zei hij tegen de prefect: "Daar hebt u de schatten van de kerk!" Dreigend vroeg de prefect om opheldering. "Bent u boos?" antwoordde Laurentius. "Het goud waar u zo tuk op bent, is een armzalig metaal, en bovendien maar al te vaak oorzaak van allerhande misdaden. Het ware goud is het licht uit de hemel, waarin deze arme drommels zich mogen verheugen. Zij verdragen met geduld hun kwalen en lijden, en doen daar hun voordeel mee, zonder dat ze lijden aan die veel erger kwalen die goud en zilver vaak met zich meebrengen. Zij zijn de ware schatten van de kerk. En om u een plezier te doen zal ik er nog wat kostbare parels en edelstenen aan toevoegen: de weduwen en maagden die zich geheel en al aan God toewijden. Zij vormen de kroon op de kerk en zijn een bron van vreugde voor Jezus Christus. Ze zijn een zegen voor Rome; de keizer zou er trots op moeten zijn."
Maar de prefect schreeuwde: "U denkt zeker dat u de waardigheid van de keizer en de stad Rome op deze manier belachelijk kan maken? U verlangt kennelijk naar een afschuwelijke dood. U kunt krijgen wat u hebben wilt!" Daarop gaf hij bevel een rooster klaar te maken en er zacht gloeiende kolen onder aan te aan te steken. De marteling moest lang duren. Vervolgens werd Laurentius tot op het blote lijf uitgekleed en op het rooster gedrukt. Omstanders gruwden bij de stank en de verminkingen die het gevolg waren. Maar gelovigen bezweren dat ze alleen maar een heerlijke geur hebben geroken, en dat Laurentius straalde van vreugde. Op een goed moment zou hij tegen de beulen hebben gezegd: "Deze kant is gaar draai me maar om, als de keizer vanavond tenminste lekker vlees op zijn bord wil." Hij zou nog enkele gebeden hebben gepreveld voor hij tenslotte de geest gaf.
Verering & Cultuur
Er zijn geleerden die menen dat het niet Laurentius was die op een rooster de marteldood stierf, maar zijn Spaanse landgenoot Vincentius, eveneens diaken. Laurentius zou dan met het zwaard om het leven zijn gebracht. Hoe dat zij, Laurentius is de geschiedenis ingegaan als de heilige met het rooster. Zo vinden we hem door de eeuwen heen afgebeeld in vele kerken over de hele wereld. Hij wordt vereerd als patroon van de armen; van diakens en bedienend personeel (een diaken was immers een kerkelijke bediende van de bisschop!), dus ook van wasvrouwen, strijksters en daardoor ook weer van textielarbeiders, alsmede van traiteurs, herbergiers en hotelhouders; van bibliothecarissen en archivarissen (omdat hij als diaken de heilige boeken in bewaring diende te houden); van andere beroepen die met boeken te maken hebben, zoals scholieren, studenten en informatici (ook vanwege zijn rooster?), advocaten, rechtsgeleerden, schrijvers, klerken, administrateurs en boekhouders; van bierbrouwers en kroegbazen (vanwege zijn jolige humor?); van beroepen waar vuur een rol bij speelt, zoals brandweerlieden, glazeniers en glasblazers, kolenbranders, koks en koekenbakkers. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen brandwonden, huiduitslag, huidziekten, ischias, jeuk, kiespijn, koorts, pest, puisten, rugpijn, spit. Zijn voorspraak werd ook gevraagd voor de zielen in het vagevuur (omdat hij weet wat branden is!); tegen aardappelziekten, en voor een goede groei van de wijnoogst...
Stefanus en Laurentius
Op een 3e augustus halverwege de 5e eeuw kwam het stoffelijk overschot van Sint Stefanus vanuit Jeruzalem naar Rome. Men wilde hem bijzetten in de kerk van Sint Petrus' Banden.Maar - aldus de legende Aurea uit de 13e eeuw - toen zij de kerk van Laurentius passeerden konden de dragers opeens geen stap meer verzetten. Daarop krijste een meisje: "Snappen jullie niet waarom je niet verder kunt? Sint Stefanus heeft zichzelf natuurlijk een plaatsje uitgekozen aan de zijde van broeder Laurentius." Dus brachten ze Stefanus naar Sint Laurentius. Die wilde laten zien hoe blij hij was met de komst van zijn medediaken, en schoof een beetje opzij in zijn graf, zodat Stefanus ernaast kon liggen.
| ©1980 - 2010 A. van den Akker s.j. |