× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† ca 530  Ailbe van Emly

Info afb.

Ailbe (ook Ailbhe of Albeus) van Emly (ook van Munster) bij Tipperary, Ierland; abt & bisschop; † ca 530?.

Feest 12 september.

Sint Ailbe wordt gerekend tot de van oorsprong Ierse bisschoppen die aan Sint Patrick († 461; feest 17 maart) voorafgaan. Toch is dat moeilijk aan te nemen gezien hun sterfdata. De Bollandisten menen te weten dat de grote Sint David van Wales († 601; feest 1 maart) nog door Sint Ailbe is gedoopt. Dat kan kloppen met de sterfdatum van Ailbe. Gaat hij dan toch niet in weerwil van die hardnekkige traditie aan Sint Patrick vooraf?
Zijn levensbericht is als vele vroege Ierse heiligen omweven met legendes.

Legende van de geboorte
De etymologische verklaring van zijn naam zou wijzen op een combinatie van de Ierse woorden ‘ail’ (= rots) en ‘beo’ (levend). Dat zou te maken hebben met de omstandigheden rond zijn geboorte. Zijn moeder was als slavin in dienst bij een regionale koning. Hij wilde het kind niet en gaf opdracht het te doden. In plaats daarvan werd het onder een rots (‘ail’) te vondeling gelegd. Daar werd het gevonden door een wolvin die het onder haar bescherming nam en temidden van haar eigen kroost in leven (‘beo’) hield.

Hij zou in Rome tot bisschop gewijd zijn. Althans, ook dat wordt vermeld in een legende.

Legende van de overtocht
Ailbeus wilde naar Rome gaan om daar de Heilige Schrift te leren lezen. Bij de Nietzee aangekomen vond hij daar meerdere mannen die een boot hadden, maar er was er niet een die hem zijn boot wilde afstaan.

De legende heeft het werkelijk over de Nietzee. Bedoeld zal zijn de zee tussen Zuid-Ierland en West-Frankrijk.

Wel was er een die zei: ‘Neem die boot maar waar geen bekleding omheen zit.’ Ailbeus nam dus die boot en voer de zee op, zonder dat het vaartuig water maakte. Toen riep die man hem achterna: ‘Je gaat er toch niet met mijn boot vandoor?’ Albeus antwoordde: ‘Je zei zelf dat het mocht.’ Daarop spreidde hij zijn monniksmantel over het water uit zodat die als boot dienst kon doen. Hij nam er op plaats en gaf de boot nog een laatste zegen. Die keerde geheel op eigen gelegenheid terug naar zijn ligplaats. Biddend op zijn mantel gezeten koos Albeus vervolgens zee.

Legende van de wijding
De heilige Albeus hoopte door paus Clemens bisschop gewijd te worden.

Historisch gesproken kan die naam niet kloppen. Clemens I was paus in de jaren 88-97 van de eerste eeuw; Clemens II (1045-1047). De legende let dan ook niet zozeer op de historische samenhang. Veeleer wil zij ons ervan overtuigen dat de heiligheid van Ailbe aansluit op de oudste tradities van de Kerk.

Toen hij zijn verzoek aan de paus had gedaan, antwoordde deze: ‘Ik ga je niet wijden. Het is onmogelijk dat mijn hand tussen de hemel en u zou komen. Als ik u de handen zou opleggen, zouden ze gewoon van mijn armen afvallen. Dat komt door de enorm grote genade waarmee de Almachtige God u gezegend heeft. Daarop zei Albeus: ‘Wat moet ik dan doen?’ Clemens antwoordde: ‘U zult de bisschopswijding ontvangen uit handen van engelen. Op het feest van Petrus en Paulus [29 juni] zal de engel Victor u tot bisschop wijden. En zo gebeurde het ook. Op het apostelfeest wijdde een engel des Heren voor de ogen van paus Clemens de zalige Albeus tot bisschop.
Na de wijding zei Albeus tegen Clemens: ‘We moeten het volk van Rome vandaag een traktatie aanbieden. Als u de ene helft van het volk trakteert, zal ik met Gods hulp aan de andere helft een traktatie geven. Clemens antwoordde: ‘Ik ga geen traktatie geven. Het lijkt me beter dat u ons op uw wijdingsdag allemaal trakteert. Toen sprak Albeus een gebed uit tot God en God liet vijf verschillende regens neerdalen over de stad: een regen van honing, een regen van vissen, een regen van olie, een regen van schitterend wittebrood uit het beste tarwe gebakken, en een regen van jonge wijn. Daarmee werd de bevolking van Rome drie dagen en drie nachten lang gevoed, terwijl het God loofde en eerde omwille van zijn heilige Albeus. Dat was dus de wijdingsmaaltijd van Albeus, waarover nog jarenlang nagepraat werd door de bevolking van Rome.

Teruggekeerd in Ierland stichtte Ailbe de kerk en de abdij van Emly, zo’n twintig kilometer ten westen van de stad Cashel. Hij schreef er ook een eigen kloosterregel voor.

De bijbehorende kloosterschool kwam vooral in 6e eeuw tot grote bloei. Dat bleef zo drie eeuwen lang totdat ze werd geplunderd tijdens de invallen van de Noormannen.

Zelf trok hij rond om overal in Zuid-Ierland het evangelie te verkondigen. Koning Angus van Munster schonk hem Inishmore, dat behoort tot de Aran-Islands, zodat zijn collega abt Enda († 530; feest 21 maart) daar een nieuwe kloostervestiging kon beginnen. Heeft daar de legende betrekking op van de hemelse geuren?

Legende van de geuren
Eens ging de heilige Albeus naar Duru Arann in het land Ossirgi en bleef daar drie dagen en drie nachten uitrusten zonder iemand te willen tegenkomen. Maar op de vierde dag ging koning Scaulan de Grote er op uit om hem te ontmoeten. Op datzelfde moment kwam er plotseling zo’n heerlijke, zoete geur uit de mond van de heilige dat de koning er dronken van werd. Hij werd door slaap overmand en bleef drie dagen en drie nachten aan één stuk door slapen. Toen bleek dat diezelfde geur ook uit de mond van de koning kwam en zich verspreidde over alle leden van zijn gevolg. Op hun beurt werden zij er dronken van en sliepen drie dagen en drie nachten aan één stuk door. Toen koning Scaulan opstond uit zijn slaap, schonk hij die plek voor altijd aan de heilige Albeus.

Tot slot is er een legende die teruggrijpt op de legende van zijn geboorte.

Legende van de opgejaagde wolf
Op een dag besloot de Clan Arad alle schadelijkje wolven uit zijn gebied te verjagen. Ze organiseerden dus een massale jachtpartij. De wolven vluchtten alle kanten op. Eén wolvin die door de jagers op de hielen werd gezeten, vluchtte trillend over haar hele lijf naar Albeus. Die nam haar in bescherming met de woorden:
‘Wees maar niet bang, je hebt groot gelijk dat je naar mij toe komt en hier bescherming zoekt tegen je belagers. Want jullie waren het die mij als kind liefdevol in bescherming hebben genomen, toen ik door de mensen verstoten was. Ga dus terug naar het gebied waar je vandaan komt, en breng niemand schade toe. Leer dat ook aan je jongen. Op het uur van de maaltijd mag je elke dag terugkomen om het brood hier met de broeders te delen.’En inderdaad, elke dag kwam die wolvin met haar vier jongen naar het klooster en nam met de broeders deel aan de maaltijd.


Bronnen
[Peg COGHLAN ‘Irish Saints’ Dublin, Mercier Press, 1999 ISBN 1-85635-253-6; D'A.1985p:3; Fre.1964p:170; Frm.1996; Ggd.1911p:87; Grant.Dawn:178(schrijn); Brian LACEY ‘O’Brien Pocket History of Irish Saints’ Dublin, O’Brien Press, 2003 ISBN 0-86278-746-7; Wfe.z.j.; Dries van den Akker s.j./2007.09.06]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen