![]() Info + originele afb. |
Vincentius à Paolo, Parijs, Frankrijk; weldoener & kloosterstichter; † 1660.
Feest 12 januari (reizigers in Bretagne [Gby.1991p:536]) & 19 juli & 27 september.
Vincentius werd op 24 april 1581 als derde in het eenvoudige gezin Depaul geboren te Pouy bij Dax, dat sinds 1828 is omgedoopt in St-Vincent-de-Paul. In 1595 verliet hij het ouderlijk huis en ging inwonen bij mijnheer Comet, advocaat en rechter te Dax om te kunnen studeren op het college van de Cordeliers. Twee jaar later schreef hij zich in aan de universiteit van Toulouse als student theologie. Na veel doorzettingsvermogen en intense studie werd hij op 23 september van het jaar 1600 tot priester gewijd door de bisschop van Périgueux.
Tijdens een zeereis werd hij door Turkse zeerovers gevangengenomen, waarna hij twee jaar lang slaaf was in Tunis. Na zijn ontsnapping was hij van 1609 tot 1617 in dienst van Philippe de Gondi, hertog van Joigny, als leermeester van diens kinderen en biechtvader van zijn vrouw. Intussen werkte hij sinds 1612 als pastoor in Clichy, Parijs en op het platteland te Gannes aan de Somme en later te Châtillon-les-Dombes. Daar leerde hij de ware armoede kennen, zowel materieel als geestelijk, en besloot zich het lot van de armen aan te trekken; in de maand augustus van 1617 stichtte hij zijn eerste Broederschap van de Liefde ('Confrérie de la Charité'). Op 8 september 1619 werd hem opgedragen aalmoezenier te worden van de galeislaven in Parijs.
Vanaf 1620 preekte hij volksmissies op het platteland en stichtte geleidelijk aan steeds meer Broederschappen van de Liefde. Zo deed hij in 1621 de Bourgondische plaats Mâcon aan en stichtte er prompt een Broederschap van Saint-Charles ter ondersteuning van zieken en armen. Na twee weken verliet hij de stad weer, ongemerkt om alle loftuitingen te voorkomen. Maar zijn werk droeg vrucht, want lange tijd daarna verzamelde men elke zondag drie- à vierhonderd noodlijdenden in de plaatselijke St-Nizierkerk. Daar woonde men eerst de druk bezochte mis bij. Na afloop werden er onder de armen geld en goederen verdeeld.
Vincentius groeide intussen onder leiding van zijn ascetische leermeester kardinaal Pierre de Bérulle († 1629) en van Franciscus van Sales († 1622; feest 24 januari) uit tot een man van de naastenliefde.
Op 17 april 1625 stichtte hij met behulp van mevrouw De Gondi de Congregatie van de Missie ('Congregatio Missionis'), waarvan de leden Lazaristen worden genoemd naar hun moederhuis St-Lazare te Parijs. Hun doel was ziekenverpleging en missie. Na een gepreekte retraite voor priesterkandidaten in 1628 te Beauvais begon hij zich ook uitdrukkelijk bezig te houden met de priesteropleiding. Daarnaast stichtte hij op 29 november 1633 met Louise de Marillac († 1660; feest 15 maart) de Congregatie van de Filles de la Charité ('Dochters van Liefde'), de grootste nonnencongregatie van de katholieke kerk, bekend om hun uitzonderlijk wijd uitstaande kappen.
In 1638 trok hij zich het lot aan van wezen en vondelingen en een jaar later stuurde hij zusters van de Congregatie naar het ziekenhuis van Angers alsmede naar Lotharingen dat op dat moment geteisterd werd door de oorlog. In 1640 wendde hij zich persoonlijk tot kardinaal Richelieu om hem tot vrede te bewegen. Zo komt het dat hij werd benoemd tot lid van de Raad van Geweten ('Conseil de Conscience') en dat hij koning Lodewijk XIII bijstond in zijn stervensuur († 1643). Gedachtig zijn gevangenneming van zo'n veertig jaar terug stuurde hij in 1646 missionarissen naar Tunis om zich het lot aan te trekken van christenslaven in dienst van moslims. Twee jaar later stuurde hij de eerste missionarissen naar Madagscar.
In 1649 wendde hij zich andermaal tot de grote politieke leiders, nu koningin Anna van Oostenrijk († 1666) en haar minister-president Mazarin († 1661) om te pleiten voor vrede. In 1651 organiseerde hij grote hulpcampagnes in Picardië, Champagne en Ile-de-France, die alle ernstig onder de oorlog te lijden hadden gehad. In datzelfde jaar vestigde 'zijn' Congregatie zich in Polen. Was zijn rechterhand Louise de Marillac op 15 maart 1660 gestorven, hijzelf overleed in datzelfde jaar op 27 september.
Reeds tijdens zijn leven waren zijn erbarmen en betrokkenheid bij het lot van wezen, zieke kinderen, gevallen vrouwen, armen, blinden en geesteszieken legendarisch. Hij organiseerde liefdadigheidswerk, stichtte weeshuizen en zette in Parijs grote gaarkeukens op.
Verering & Cultuur
'Monsieur Vincent' rust in het Moederhuis ('Maison-Mère') van de Lazaristen te Parijs. Ook de kapel aan de Rue du Bac aldaar, waar zijn hart wordt bewaard, is nog altijd een bedevaartsoord. Hij werd heilig verklaard in 1737. Op hem zijn de Vincentiusverenigingen van liefdadigheid geïnspireerd. Zie Frederico Ozanam († 1853; feest 8 september).
Hij is patroon van de lazaristen en de vincenterinnen; van de clerus; van gevangenen, verwaarloosde jongeren (sinds 1885) en wezen; van de liefdadigheid, caritatieve verenigingen, ja van alle liefdadigheidsinstellingen en liefdewerken, van weeshuizen en ziekenhuizen. Zijn voorspraak wordt ingeroepen voor spirituele hulp en het terugvinden van verloren voorwerpen.
Hij wordt afgebeeld omringd door kinderen, armen, hulpbehoevenden en/of gevangenen.
Weerspreuk(en)
Op 19 juli kent men in het Franse taalgebied de volgende weerspreuken:
'A la Saint-Vincent
Cesse la pluie et vient le vent;
A la Madeleine (22 juli)
Les noix sont pleines'
[Vincentius gekomen,
geen regen maar wind in de bomen;
Met Magdalene
kun je de noten innemen]
'La Saint-Vincent trouble,
Mets du vin dans ta gourde'
[Sint Vincentius klets
Wijn in je veldfles]
'Saint-Vincent sec et beau
Fait du vin comme de l'eau'
[Sint Vinentius mooi en goed
geeft wijn in overvloed]
'Si Saint Vincent est mouillé
Mets du vin dans ta gourde'
[Als Sint Vincentius nat is,
doe wijn in je veldfles]
[000»Missi:Quels-Saints:142; Adr.1984p:78; Bbé.1991; Bly.1986p:189; Bri.1953; Col.1725nr87;DIH.1993p:94; Dz2.1896p:60; Gby.1991p:536; Gri.1974p:390; Ha3.1839p:129; Hlm.1994p:17.167(schrijn); Lin.1999;Mül.1860; Pir.1976p:235; Pra.1988p:79.80.81.82; Rge.1989; Rgf.1991; RR.1640/2»07.14; S&S.1989p:503-4; TSÉ.1994p:51(wsp).138; Vce.1990»07.19;VdS.1846; Vsp.1975p:92(198).199(202); Waa.1985p:148; Dries van den Akker s.j./2007.09.14]
Om te beginnen wil ik de KRO bedanken. Omdat ze op mijn feestdag het thema ‘barmhartigheid’ heeft gekozen. Dat is mij uit het hart gegrepen. Zozeer zelfs dat allerlei liefdadigheidsinstellingen naar mij zijn genoemd: Vincentiusverenigingen of Vincentius-Liefdewerk. U kent mij als Vincentius a Paolo. Meestal word ik afgebeeld met kleine kindertjes om mij heen en op mijn arm. Ook dat vervult mij met trots.
Ik leefde in de eerste helft van de zeventiende eeuw. Voor u in Nederland De Gouden Eeuw. Maar voor boeren, werklui en werkelozen in Frankrijk een tijd van bittere armoede. Als jonge priester van halverwege de dertig kwam ik op het platteland van Noord-Frankrijk terecht. De armoe was er mensonterend. Ik richtte een broederschap op. De leden ervan beloofden zich het lot van arme mensen aan te trekken. Twee jaar later werd mij gevraagd iets dergelijks op te richten voor galeislaven in Parijs. Overal in Frankrijk preekte ik volksmissies. Een week lang gepreekte meditaties in de parochiekerk. Ik riep de aanwezige gelovigen op broeder- en zusterschappen op te richten voor de armen, zieken en noodlijdenden in hun omgeving. En het lukte. De leden ervan deelden elke zondag na de mis brood en kleding uit aan arme drommels.
Ik merkte dat vele priesters niet op hun taak berekend waren. Dus begon ik mij te bemoeien met hun opleiding. Zo richtte ik ook een broederschap van priesters op. U kent ze als Lazaristen. Met mijn heilige vriendin Louise de Marillac stichtten we iets dergelijks voor vrouwen: de Dochters van Liefde. U kent ze als de zusters met de wijde kappen, de Vliegende Nonnen.
In alle steden werden op pleinen of voor openbare gebouwen vondelingen neergelegd. Veel vondelingen. In Parijs wist ik dames zover te krijgen dat zij zich over die trullen ontfermden. Maar op een gegeven moment was het geld op. Ze zagen zich genoodzaakt ermee op te houden. Ik ben midden in hun vergadering opgestaan en heb gezegd: “Dames, alstublieft. U hebt zich over deze weerloze wezentjes ontfermd, uit barmhartigheid en naastenliefde. U bent voor hen als een moeder geweest, waar hun echte moeders hen aan hun lot hebben overgelaten. Gaat u ze voor een tweede keer aan hun lot overlaten? U beschikt nu over hun leven of dood. Houdt uw barmhartigheid op als er geen geld meer is…?” Gelukkig zijn ze doorgegaan. En het geld kwam er. Geld komt er altijd voor dit soort goede doelen. Dat is niet alleen mijn overtuiging, ook mijn ervaring.
Dus als ik u vandaag iets moet meegeven: wees barmhartig en laat u leiden door naastenliefde, en u zult de mensen vinden die dat hard nodig hebben. Zoek medestanders om er iets aan te doen.
Wat zegt u? Makkelijk praten vanuit het hiernamaals? Sta mij dan toe u nog te vertellen hoe die barmhartigheid zo’n grote plaats in kon nemen in mijn leven. In mijn studententijd voer ik op een boot langs de Zuid-Franse kust. We werden gekaapt door muzelmannen. Ik werd als slaaf verkocht. Twee jaar heb ik in Noord-Afrika als slaaf doorgebracht, en mijn moslimmeesters trouw gediend. Ik hield Jezus voor ogen. Hij was vanuit de hemel ons leven op aarde komen delen. Daarbij vergeleken zat ik nog niet zo slecht. Ik vroeg mij steeds af wat Hij gedaan zou hebben in mijn plaats. Liefde geven, juist aan mensen die er het minst voor in aanmerking kwamen. Ik weet dus wat het is om in nood te zitten. U ook? Dan weet je ook waar een mens in die omstandigheden het meeste naar verlangt.
Als jonge priester ben ik ervan beschuldigd grote sommen geld verduisterd te hebben. Volkomen uit de lucht gegrepen. Maar u weet: zoiets geloven de mensen graag. Twee jaar lang hebben ze mij achterna gezeten. Toen kwam mijn onschuld vast te staan. En ik? Ik vroeg mij almaar af wat Jezus gedaan zou hebben. Antwoorden met liefde en barmhartigheid, hoeveel pijn het ook kost. Dat heb ik toen ingeoefend. Vanaf dat moment ben ik een man van de barmhartigheid geworden, en heb onvermoeibaar geprobeerd medestanders te vinden. Dat moet in uw tijd toch ook kunnen?
Dries van den Akker s.j.
© 1980-2010 A. van den Akker s.j.
| > pagina-top | © 1980-2010 A. van den Akker s.j. | Vertel verder |
Gastenboek |
Contact |