× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 304  Tarachus van Anazarbus Probus en Andronicus

Info afb.

Tarachus (ook Tarachos of Tharacus) van Anazarbus (ook van Tarsus), CiliciŽ, Klein-AziŽ; martelaar met Probus (ook Probos) & Andronicus (ook Andronikos); Ü 304(?).

Feest 5 april & 11 & 12 oktober

Volgens de overlevering was Tarachus een gepensioneerd Romeins officier, afkomstig uit Claudianopolis in IsauriŽ; Probus kwam uit Side in PamfyliŽ en Andronicus was een jonge man van aanzienlijke afkomst uit Efese. Zij werden ten tijde van de christenvervolgingen onder keizer Diocletianus (284-305) op last van proconsul Hymerius Maximus te Tarsus gemarteld.

Tarachus was op dat moment 65 jaar. Drie keer vroeg de proconsul hoe hij heette. Telkens gaf hij alleen maar ten antwoord:
"Ik ben christen."
Eerst werden zij geslagen met roeden en vervolgens, overdekt met bloed en wonden, in de gevangenis geworpen. Kort daarna moesten ze weer voor de proconsul verschijnen. Nu vroeg deze onder hevige folteringen aan Probus of hij niet liever Christus wilde afzweren. Hij zou er een hoge baan voor terugkrijgen plus de vriendschap en bescherming van hem, Hymerius zelf. Waarop Probus droog reageerde:
"Ik ben niet uit op een hoge baan en al helemaal niet op uw vriendschap."
Nu was de jeugdige Andronicus aan de beurt. Hij zei alleen maar:
"Hier hebt u mijn lichaam. Doe er maar mee wat u wilt."
Ze werden overgebracht naar Anazarbus en daar voor de wilde beesten geworpen. Degenen die datzelfde lot eerder hadden moeten ondergaan, waren door de dieren in stukken gereten. Maar deze keer waren de beer en de leeuwin er met geen stok toe te krijgen. Ze liepen onderdanig om de heiligen heen. Bij het zien hiervan werden heel wat toeschouwers gelovig en begonnen zich tegen de proconsul te keren. Buiten zichzelf van woede, ja woester dan de wilde beesten in de arena, gaf Hymerius zijn soldaten het bevel die lieden in stukken te hakken. Zo moesten ze blijven liggen, temidden van al de anderen die die dag om het leven waren gekomen.

Maar 's nachts kwamen er drie christenen hun lijken weghalen om ze te begraven. Zij heetten Macarius, Felix en Verianus. Het was op dat moment zo'n ontzettend noodweer dat ze onopgemerkt door de bewakers hun gang konden gaan. Maar ze konden niet zien, welke van de vele lijken nu precies die van hun martelaren waren. Daarop begaven zij zich in gebed en er verscheen boven drie lichamen een lichtglans. Die namen zij mee om ze in een grot te begraven. Ze besloten zelf hun leven lang in die grot te blijven om er een godgewijd leven te leiden.


Bronnen
[000ĽTarachos; 100Ľpraetermissi; 101a; 107; 139; 140; Dries van den Akker s.j./2007.10.06]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen