× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 720  Hermeland van Nantes

Info afb.

Hermeland (ook Erbland, Erblond, Herblain, Herbland, Herblein, Herblon, Herblond, Hermelan of Hermiland) van Nantes, Frankrijk; abt; † 720.

Feest 25 maart & 18 oktober (vroeger in Parijs) & 25 (vroeger te Rouen: dag van een overbrenging?) & 27 november.

Hij was waarschijnlijk afkomstig uit Noyon en kwam als ambtenaar terecht aan het hof van Clotarius III († 673). Op volwassen leeftijd trad hij toe tot de abdij van Fontenelle bij Rouen. Het stond op dat moment onder leiding van een bekwame abt, Lambertus geheten. Na enige tijd ontving hij de priesterwijding.

Het was in die tijd dat bisschop Pascharius van Nantes († ca 680; feest 10 juli) een preek hield waarin hij uitlegde dat er in de kerken drie standen waren: niet alleen de reeds bekende standen van geestelijken en leken, maar ook de stand van religieuzen of kloosterlingen. Dat waren mensen die heel hun leven aan God toewijdden. Zo ontstond het verlangen zulke mensen om zich heen te hebben in het bisdom Nantes. Pascharius zond dus twee afgevaardigden naar Fontenelle om abt Lambert te vragen of hij beschikte over een monnik die de kwaliteiten in zich had om een nieuwe vestiging te beginnen. Abt Lambert wilde pas ingaan op hun verzoek, als zij eerst konden verzekeren dat zo’n nieuwe vestiging gevrijwaard zou blijven voor inmenging van de koning, en zelfs van de plaatselijke bisschop. Toen hem dat plechtig beloofd was, wees hij Hermeland aan als de beste kandidaat. Hij gaf hem enkele medebroeders mee om de nieuwe abdij te kunnen starten.

In Nantes aangekomen werden ze enthousiast door Pascharius ontvangen. Hij stelde hun onmiddellijk een bootje ter beschikking, zodat ze op één van de eilandjes in de Loire een geschikte plek konden vinden voor hun nieuwe nederzetting. Die vonden ze; ze noemden die plek ‘Antrum’ (Latijn voor ‘grot’); later verbasterde die naam tot Aindre. Het naburige eilandje werd ‘Antricinum’ genoemd (‘grotje’), later verbasterd tot Indrette. Op dat eilandje stond al een St-Martinuskapelletje. Op Aindre bouwde Hermeland twee kerkjes, het ene toegewijd aan Sint Petrus het andere aan Sint Paulus. Pascharius kwam met al zijn geestelijken en kanunniken over om de kerken in te zegenen. Bij die gelegenheid herhaalde hij zijn belofte die contractueel werd vastgelegd, dat noch hij noch een van zijn opvolgers ooit rechten zou kunnen doen gelden op de kloosterlijke bezittingen. Vervolgens begeleidde hij Hermeland naar het hof van koning Clotarius III. Ook hem liet hij de vorst beloven nooit kloosterlijk bezit op te eisen of er belasting op te heffen.

Al gauw trok de abdij nieuwe monniken. Ook vertrouwden heel wat adellijke families – zoals toen heel gebruikelijk was - hun kinderen voor hun opvoeding en vorming toe aan de abdij. Op het naburige Indrette kwam er een St-Aignankerkje bij.

Het was in die tijd dat bisschop Pascharius stierf. De plaatselijke vorst, Agatheus, hield de benoeming van een opvolger zo lang mogelijk tegen, zodat hijzelf de revenuen van de landgoederen voor zich kon opeisen. Nu had Hermeland extra plezier van het contract dat Pascharius had gesloten, want krachtens dat document moest de vorst – zij het zeer tegen zijn zin – klooster Aindre ongemoeid laten. Sterker, er ontstond een hartelijk contact tussen de vorst en abt Hermeland. Kroniekschrijvers beweren dat vorst Agatheus sindsdien een veel minder hardvochtig en veel milder beleid voerde.

Intussen was Hermeland oud geworden. Met toestemming van de koning trad hij af. Als opvolger werd een zekere Adalfred gekozen. Hijzelf had zich uitdrukkelijk afzijdig gehouden van die keuze, want hij wilde niet over zijn graf heen regeren. Hij had zich met een handjevol getrouwen teruggetrokken in een eenzame kluis. Eens zat hij daar onder een boom in een heilig boek te lezen, toen zijn lectuur werd verstoord door rupsen die uit de boom op zijn boek vielen.  Meteen schoot een van zijn monniken toe om ze dood te maken. Maar de heilige zei: “Laat ze maar begaan. God bedient zich van die diertjes om ons te kastijden.” Maar, aldus de kronikeur, de nacht daarop vernietigde God zelf de rupsen want daags daarna was er niet één meer te vinden.

Intussen ging het met de nieuwe abt Adalfred snel bergafwaarts. Zijn benen waren niet sterk genoeg om de weelde van het leiderschap te dragen. Hij had meer oog voor de prestigieuze uitbreiding van de gebouwen dan voor het zielenheil van zijn monniken. Die begon hij zelfs te slaan en streng te straffen, als ze zijn zin niet deden. Zo kwam er één die net een flinke kastijding achter de rug had, bij Hermeland klagen: “Waarom heeft u ons destijds verlaten, vader?” Maar zodra Adalfred daarvan hoorde, legde hij de betreffende monnik een nog zwaarder straf op met de woorden: “Jouw Hermeland helpt je niks! Het heeft geen enkele zin hem erbij te halen” Zodra de monnik weer vrij kwam, rende hij naar Hermeland en viel voor hem op de knieën: “Alstublieft, heilige vader, het wordt zo erg dat je liever dood zou zijn dan nog langer hier zo te moeten leven.” De anderen die erbij waren, wisten allemaal vreselijke verhalen te vertellen. Maar Hermeland legde ze het zwijgen op: “Nog even geduld, broeders. Binnen een maand is het voorbij.” En inderdaad, drie dagen daarna al droomde Adalfred dat Hermeland hem stokslagen toediende. Wakker geworden brandde er in zijn binnenste een gloeiende pijn. Diezelfde dag overleed de abt. De monniken weigerden hem te begraven. Maar Hermeland leerde hun dat dat tot hun christenplicht behoorde.

Na de begrafenis kwamen ze bij hem met het verzoek dat hij een waardige opvolger zou aanwijzen. Want de gebeurtenissen hadden uitgewezen dat zij te weinig mensenkennis hadden om een goede abt te kiezen. Daarop wees hij een zekere Donatus aan als nieuwe abt. Hij instrueerde hem over de manier waarop hij leiding moest geven. Dat deed hij zo goed dat de abdij sindsdien een toonbeeld van kloosterlijke geest was.

Tenslotte stierf Sint Hermeland op een vijfentwintigste maart, ergens rond het jaar 720. Hij werd begraven in de Sint-Pauluskerk. Jaren later, toen ene David abt was, leefde er een monnik, Sadravert, die droomde dat hij zijn abt moest aansporen Sint Hermeland te verheffen tot de eer van de altaren, dat wil zeggen dat zijn reliekschrijn ter verering op een altaar moest worden geplaatst. In 869 werden zijn relieken overgebracht naar de abdij van Beaulieu in de Touraine, waarschijnlijk om ze te beschermen tegen mogelijke invallen van de Noormannen.


Bronnen
[Aut.1986; BeL.1936p:188; Bri.1953; DSB.1979; Lo/2.1838p:199; Dries van den Akker s.j./2009.05.26]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen