× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1228  Petrus van Murom met Febronia

Info afb.

Petrus van Murom (ook Pjotr Ordynskij; kloosternaam David), Rusland; met zijn vrouw Febronia (kloosternaam Eufrosuna); vorsten en kloosterlingen; † 1228.

Feest † 21 & 25 juni.

Hun verhaal is pas opgeschreven in de 16e eeuw, en bestaat uit een aaneenschakeling van sprookjesachtige gebeurtenissen.

Petrus komt in beeld als zijn broer Paul vorst is van Murom. De vrouw van zijn broer wordt belaagd door een draak die de gestalte van vorst Paul aanneemt. De vrouw bekent de listen van de draak aan haar man. Ze besluiten dat ze met de duivel van doen hebben. Paul adviseert zijn vrouw te achterhalen hoe wijs de draak is en of hij zelf weet hoe hij zal sterven. Dat blijkt de draak inderdaad te weten. Hij zal omgebracht worden door ene Petrus met behulp van het zwaard Agrik. Van dat zwaard hebben Paul en zijn vrouw nog nooit gehoord; en de enige Petrus die zij kennen is Pauls jongere broer.

Hij wordt erbij betrokken en biedt aan de draak te doden op het moment dat hij erachter komt wat bedoeld wordt met Agrik. Als hij een kerk bezoekt, komt hem een engelachtige jongeman tegemoet die hem vraagt of hij het zwaard Agrik wil zien. Het ligt op een verborgen plek in de kerk, en Petrus neemt het mee. Hij laat het aan zijn broer zien in het paleis. Vervolgens gaat hij naar de vertrekken van diens vrouw waar hij tot zijn verrassing zijn broer ook tegen komt. Dat moet de draak zijn. Nadat hij zich ervan overtuigd heeft dat dat het geval is, doodt hij de geheimzinnige man naast Pauls vrouw. Onmiddellijk neemt het lijk de vorm van een draak aan. Petrus is echter overdekt met bloedspatten die beginnen te zweren en veel pijn doen.

Hij krijgt te horen dat er in een afgelegen bosgebied veel dokters bijeen wonen. Er zal wel een dokter bij zijn die weet hoe hij hem van die duivelse zweren af kan helpen. Hij gaat erheen, en stuurt zijn dienaren rond om navraag te doen. Een van de  dienaren stuit in een huis op een meisje aan het spinnenwiel. Desgevraagd blijkt dat zij Febronia heet, en dat haar vader imker is in het bos. Hij vraagt haar om raad, en zij beweert dat zij Petrus kan genezen, op voorwaarde dat hij met haar trouwen wil. De dienaar brengt dit bericht over. Petrus geeft de dienaar een paar lappen en wat linnen mee met de vraag of zij daar voor de avond een mantel van kan weven. Zij op haar beurt vraagt de dienaar een stuk hout van een balk af te hakken. Vervolgens zegt ze hem: ‘Ga naar uw vorst en vraag of hij daar dan vóór de avond een weefgetouw van timmert.’ Petrus laat zeggen dat er te weinig tijd en hout is. Waarop zij zegt dat er dus ook geen mantel geweven kan worden. Toch is Petrus onder de indruk. Hij gaat zelf naar haar toe. Zij belooft opnieuw hem te genezen, als hij met haar trouwt. Hij belooft het, waarop zij hem een bijzondere zalf geeft: ‘Ga naar huis, neem een bad, en smeer uw hele lijf in met deze zalf, maar laat één zweerplek zitten.’ Petrus doet het en is genezen. Maar de belofte om met Febronia te trouwen is hij gemakshalve vergeten. Intussen sterft zijn broer Paul, en neemt hij de heerschappij over Murom op zich.

Na verloop van tijd komen de zweren terug en nemen weer bezit van zijn hele lijf. Opnieuw gaat hij naar Febronia, en vraagt om het geneesmiddel. Zij zegt het te zullen geven op voorwaarde dat hij met haar trouwt. Hij belooft het plechtig. Maar eenmaal genezen vergeet hij zijn belofte. Als de ziekte voor de derde keer terug komt, neemt hij weer zijn toevlucht tot de vrouw en belooft uit eigen beweging met haar te trouwen: ‘Je moet weten dat ik waarschijnlijk op heel veel verzet zal stuiten bij de rijksgroten. Want die wensen niet een eenvoudige imkersdochter boven zich als koningin.’ En zo gebeurt het ook. Na verloop van tijd komen de rijksgroten aan Febronia vragen: ‘Beloof dat u doet wat wij vragen.’ ’Ik beloof het. Wat wensen jullie?’ Dat u terugtreedt, want onze echtgenotes vinden het een schande voor ons, dat wij moeten gehoorzamen aan een voormalige imkersdochter.’ ‘Dan vraag ik op mijn beurt dat jullie zullen doen wat ik vraag.’ ‘Dat beloven wij.’ ‘Als ik ga, geef mij dan mijn Peter mee.’ Dat beloven ze maar al te graag. Ieder van de aanwezigen droomde ervan om zelf ooit eens koning te zijn. Zo vertrokken Petrus en Febronia. Als arme lui. Ze hadden alleen elkaar.

Maar ze waren nog geen paar dagreizen ver of ze werden achternagereisd door een bode uit Murom: ’Of u weer terug wilt komen, want er is burgeroorlog uitgebroken onder de rijksgroten. Ook uw vrouw zullen wij dienen, al is ze van lagere afkomst dan wij.’

Petrus keerde terug en stelde orde op zaken. Nu brak er een tijd van voorspoed aan. De twee leidden in hun paleis een kloosterlijk leven, en namen zelfs kloosternamen aan. Febronia heette Eufrosuna, Petrus David. Ze vroegen in hun gebed dat ze op dezelfde dag zouden mogen sterven. Dat gebed is verhoord.

Volgens de legende stierven ze op een 21e juni. Hun feestdag staat echter op de 25e.

Bronnen
[Adr.z.j./6; Ben.z.j:p448/9; Dries van den Akker s.j./2012.01.23]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen