× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† ca 460  Bibianus van Saintes

Info afb.

Bibianus (ook Bibien, Bien, Vivianus of Viviën) van Saintes, Frankrijk; 3e bisschop; † ca 460.

Feest 28 augustus.

Volgens de overlevering was Bibianus' vader een aanzienlijk man, die echter niet het christengeloof van zijn vrouw Maurella had aangenomen. Hij liet zijn zoon een Romeinse opvoeding geven, maar de jongen bleef ongevoelig voor de heidense invloeden. Op zijn zestiende vertrouwde zijn moeder hem toe aan de plaatselijke bisschop Ambrosius († na 450; feest 28 augustus). In diezelfde tijd wist zijn vader voor hem het erebaantje van districthouder te verwerven. Daar zaten veel plichtplegingen aan vast, maar ze boden Bibianus de kans mensen van dienst te zijn en zijn kwaliteiten ten toon te spreiden. Toch lag zijn hart daar niet. Van de ene dag op de andere zag hij af van de eer en stelde zich in dienst van de bisschop. Deze liet hem al de lagere wijdingen doorlopen en wijdde hem uiteindelijk priester. Op dat moment was Bibianus drieëndertig jaar oud.

Toen Ambrosius stierf werden er onder de gelovigen peilingen gehouden wie hem moest opvolgen. Geestelijken en leken waren het er unaniem over eens dat alleen Bibianus in aanmerking kwam. Zo werd hij tegen zijn zin de opvolger van zijn leermeester.

Het was juist de tijd dat het Romeinse Rijk aan alle kanten in verval raakte en openlag voor invallen van allerlei volksstammen. Bisschoppen waren vaak de enigen die konden helpen. Zij stelden hun huizen open voor asielzoekers en vluchtelingen en lenigden de nood zoveel zij konden. Bibianus was werkelijk 'alles voor allen' zoals de Apostel van zichzelf gezegd had. Daarnaast stichtte hij kloosters en bouwde hij kerken. Hij legde de basis voor de kathedrale St-Petruskerk in het centrum van de oude Romeinse binnenstad van Saintes.
Maar toen verschenen vanuit Spanje de Visigoten voor de poorten van de stad. Zij waren christenen, maar van de Ariaanse richting en bijzonder gebeten op hun geloofsgenoten die hen ketters noemden.
De christenen van de stad zagen zich genoodzaakt zelf hun heiligste gebouwen af te breken uit vrees dat ze anders ontheiligd zouden worden door de vijand. Deze ging niets ontziend te werk en voerde vooral de rijkste en aanzienlijkste mensen uit de stad mee als oorlogsbuit naar hun hoofdkwartier in Toulouse. Omdat Vivianus zijn mensen niet in de steek wilde laten, trok hij met hen mee, gezeten op een armoedige ossenkar. Het eerste wat hij deed na zijn aankomst in Toulouse was een bezoek brengen aan het graf van Sint Saturninus († 257; feest 29 november). Vervolgens zocht hij aan de rand van de stad een rustige verblijfplaats, zodat hij terzijde van het stadsrumoer zijn gebeden kon verrichten en toch dicht bij zijn mensen was.
Kort daarop werden de ossen gestolen die zijn kar hadden getrokken. Maar de dief merkte dat zijn voeten als aan de grond genageld bleven staan, en werd prompt betrapt; tegelijk werd de plek waar hij zijn buit had verstopt verlicht door een onverklaarbare glans. Hij zag daarin de hand van God en uit vrees voor straf vanuit de hemel wendde hij zich tot de bisschop om zijn fout op te biechten. Deze schold hem zonde en schuld kwijt en gaf hem zelfs nog geld toe.
Dat kwam de visigotische vorst Theoderik ter ore.

Het is niet duidelijk of het hier gaat om Theoderik I (418-451) of II (453-466).

Deze nodigde hem uit voor een maaltijd op het paleis. Aan tafel zag hij hoe de aanwezige bisschoppen, haast allemaal Arianen, hun beker aanboden aan de keizer. Dat hoorde blijkbaar zo. Maar toen het de beurt was van Bibianus, weigerde hij eraan mee te doen met de woorden: "Majesteit, als kerkelijk leidsman kan ik de beker alleen maar toereiken aan gelovigen, en - het spijt me wel - maar daar mag ik u niet toe rekenen, tenzij u overstapt naar de ware kerk. Zolang u dat niet doet, kan ik u niet de eer geven die u van mij verwacht." In zijn eer aangetast, viel de vorst woedend naar hem uit, maar Bibianus trok zich doodkalm terug in de kerk van Sint Saturninus om zijn nachtelijke gebeden te doen.
De volgende morgen was de woede van Theoderik gekoeld. Sterker hij zei dat hij een droom had gehad waarin hem was getoond hoe heilig de bisschop van gisteravond was. Hij riep hem daarom bij zich, bood zijn verontschuldigingen aan voor zijn gedrag van de avond tevoren en besloot met de woorden: "Vraag maar wat u wilt, en ik zal het u geven." Onmiddellijk antwoordde Bibianus: "In dat geval, majesteit, zou ik u willen verzoeken al mijn mensen de vrijheid terug te geven en in alle rust naar huis terug te laten gaan." Theoderik hield woord en liet ook alle geroofde bezittingen van de inwoners van Saintes teruggeven. De thuiskomst van Bibianus met zijn mensen was een triomftocht; juichend werden ze de stad ingehaald.
Maar niet lang daarna stonden er Saksische krijgers voor de poorten van de stad. Zij waren overzee gekomen, hadden het kustgebied afgestroopt en hoopten nu hun slag te slaan in de stad die volgens hen vele kostbaarheden moest herbergen. Ze hadden reeds hun oorlogswerktuigen in stelling gebracht en de muren van de stad ondermijnd, toen ze plotseling in paniek en verwarring op de vlucht sloegen. Op de muren van de stad was zulk een overmacht aan soldaten en verdedigers verschenen dat hun de moed in de schoenen was gezonken en zij niet wisten hoe snel hun boten te bereiken en van daar weg te komen. De inwoners van de stad schreven dit wonder toe aan hun heilige bisschop, die hun immers al eerder met zijn gebeden had gered.
Bibianus smaakte het genoegen nog tijdens zijn leven de voltooiing mee te maken van de door hem gestichte Sint-Petruskathedraal. Met het oog op de inwijding nodigde hij de naburige bisschoppen uit voor de plechtigheid. Intussen echter voelde hij zijn einde naderen. Hij riep zijn geestelijken en zijn huispersoneel bij zich, gaf zijn wensen voor zijn uitvaart en begrafenis te kennen en nam van ieder afscheid met een ontroerde vredeskus. Zo viel de inwijding van de kathedraal samen met zijn begrafenis.

Verering & Cultuur

Hij werd opgevolgd door zijn leerling Sint Trojanus († 533; feest 30 november).

De heilige geschiedschrijver, Sint Gregorius van Tours († 594; feest 17 november), maakt melding van hem in zijn boekje 'De Glorie van de Belijders': 'Bisschop Bibianus ligt begraven in een buitenwijk van Saintes. Er is reeds een boek over hen geschreven. Het vertelt een hele serie wonderen. Wanneer men hem erom komt vragen, geeft hij tot in onze dagen herhaaldelijk genezing aan de zwakken. Het lijkt me daarom het beste een van deze wonderen te vertellen. Er was een vrouw met verschrompelde handen waar haar vingernagels dwars doorheen groeiden. De pezen waren samengewrongen zodat zij geen handwerk meer kon verrichten. Zij knielde vol toewijding neer bij de graftombe van de gezegende heilige en offerde hem haar gebeden; op dat moment ontspanden zich haar spieren en zij was in staat haar genezen handen op te heffen om de Heer te danken.'
[GTC.1988nr:57]

Aan het Place Saint-Vivien te Rouen staat een aan hem toegewijde kerk.


Bronnen
[Bdt.1925;GTC.1988nr:57;Lin.1999;Pra.1988;Rge.1989;Rgf.1991; Dries van den Akker s.j./2007.07.12]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen